Roker(s)
Door Agnes Frijlink
Op het schilderij 'De roker' van Adriaen Brouwer zit een man met een pijp. Heeft hij net iets teveel gegeten? Je zou het denken, want hij heeft zijn broekriem losgemaakt. Hij zit wat onderuitgezakt. De man rookt. Er kringelt rook omhoog. Zijn blik is loom, tevreden misschien, maar ook wazig. Is hij ver in gedachten, of denkt hij juist nergens aan.
Achter hem zit een man met een hoed, zijn hoofd rustend op tafel - waarschijnlijk slaapt hij, of is hij dronken. Rechts in het schilderij komt iemand de ruimte binnen, met die typische houding van iemand die van het kleine kamertje komt: de broek net weer opgetrokken, bezig zijn hemd recht te trekken.
De tabaksgeur komt bijna van het doek af
Adriaen Brouwer (1605–1638) schilderde 'De roker' rond 1638, toen tabak nog iets nieuws was. Men dacht dat het geen kwaad kon, dat het zelfs hielp tegen kwalen. Brouwer schilderde het gewone leven. Hij werkte in kroegen en herbergen, tussen de mensen die hij afbeeldde: boeren, drinkers, rokers. Hij had niets met verheven onderwerpen; maar schilderde mensen die de zelfkant kenden en zich vaak aan het leven onttrokken.
Wat het schilderij bijzonder maakt, is de manier waarop Brouwer de rook en het moment vangt. Hij werkte met olieverf, dunne lagen en zichtbare penseelstreken die de gebaren levendig maken. Zijn toets is los, bijna schetsmatig, en zijn kleuren zijn donker en warm. De rook zelf wordt slechts gesuggereerd door lichte, wazige streken die in de achtergrond oplossen. De tabaksgeur komt bijna van het doek af.
Ik vraag me af wat de man rookt. Hetzelfde als wat ik later als tabak leerde kennen? Ik groeide op in de jaren zeventig en tachtig, in een huis waar altijd werd gerookt door vader, moeder, broer en zus. En een raampje open mocht niet, want dat tocht. Rond mijn veertiende kon ik zelf een sjekkie draaien. Achter de schuur oefende ik op het goed inhaleren, want je hoorde er pas bij als je het over je longen deed. Hoewel ik het roken later heb kunnen opgeven, blijft het toch verleidelijk. Zelfs als het op schilderijen afgebeeld is. En er zijn veel meer werken met dit thema.
De pijp wordt een teken dat hij nog steeds leeft en meetelt
Een andere roker namelijk zien we op het schilderij 'Musketier met pijp' van Pablo Picasso. Dit werk is onderdeel van de serie schilderijen die hij in de late jaren 1960 en begin jaren 1970 maakte, een periode waarin hij bijna 90 jaar oud was.Zijn musketiers zijn figuren vol bravoure. Mannen met snor en hoed, trots en kleurrijk.
Picasso (1881–1973) schilderde op doek met dikke, expressieve penseelstreken en opvallende kleurvlakken. De rook is hier niet een luchtig effect, maar is van vette, kleurrijke verf. De musketier rookt niet om te ontspannen of te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Integendeel, zijn roken lijkt een statement. De pijp wordt een verlengstuk van zijn houding, een teken dat hij nog steeds leeft en meetelt.