Grote boze wolf?
Door Agnes Frijlink
Sinds de eerste wolf de grens naar Nederland overstak is het arme dier meer dan eens het onderwerp van nieuwsberichten. Hij bijt schapen dood, schrikt mensen af of wordt doodgereden. Over de vraag of de wolf thuishoort in Nederland zijn de meningen verdeeld. Het is een sociaal dier, niet voor niets stamt onze hond van deze viervoeter af. Maar in het wild is de wolf mensenvriend noch mensenvijand. Ze willen gewoon hun wolvenleven leven. Als je het mij vraagt, denk ik dat ons landje (helaas) niet meer geschikt voor is dit dier. Als ik een wolf was, zou ik mijn heil liever elders zoeken. Nederland is een park vol (snel)wegen; voor je het weten loop je iemand in de weg.
Als ik een wolf was, zou ik mijn heil liever elders zoeken
Met de vraag of de wolf nu een vriend of vijand is, speelt men al eeuwen. Als voorbeeld van de wolf als vriend hebben we de mythe van Romulus en Remus, de verstoten baby's die gevonden werden door een wolvin die zich over hen ontfermde en hen zoogde. Romulus zou later Rome stichten. Het voorbeeld van de wolf als vijand vinden we dichterbij huis in het sprookje Roodkapje, waarin de grote boze wolf de grootmoeder van Roodkapje opgegeten heeft. Voor beide verhalen zocht ik deze week naar voorbeelden in de kunstgeschiedenis.
Peter Paul Rubens (1577-1640) voltooide 'De ontdekking van Romulus en Remus' rond het jaar 1613. In de jaren daarvoor had hij een reis door Italië gemaakt en wellicht was hij daar geïnspireerd geraakt door de mythe. Het is een typisch barokschilderij met scherpe licht- en donkercontrasten en waarin niets stil lijkt te staan; daarbij lijkt het wel of we een theatervoorstelling binnenlopen.
We zien een herder die de zuigelingen achter een boom ontdekt. We zien de wolvin die beschermend omkijkt naar de baby's. De man die leunt tegen de kruik stelt de rivier Tiber voor, de plek waar de baby's werden achtergelaten. De vrouw is een nimf en/of de moeder van de tweeling, Rhea Silvia. Wie goed kijkt, ziet ook nog een specht en deze vogel zou de wolf geholpen hebben met het (op)voeden van de jongens. Overigens, de wolf en de specht verwijzen naar de god Mars, die de verwekker zou zijn van Romulus en Remus.
Het was niet eenvoudig om een serieus schilderij over Roodkapje te vinden. Illustraties te over, dat zeker, in allerlei vormen en maten. Maar een gesettelde kunstschilder waagde zich kennelijk zelden aan het uitbeelden van dit sprookje.
Het werk 'Roodkapje en de wolf' stamt uit 1880 en is geschilderd door Albert Roosenboom (1845 – 1888). Albert was een leerling van de meer bekende Emile Meunier, die vooral bekend stond om schilderijen waarin de arbeiders centraal stonden. Albert Roosenboom schilderde liever genretaferelen waarin (keurige) vrouwen en kinderen de hoofdrol spelen.
Opvallend aan Roosenbooms benadering vind ik de houding van Roodkapje; ze is helemaal geen bang meisje en de wolf lijkt helemaal niet gevaarlijk. Hij lijkt meer op een bedelende hond die ruikt dat er wat lekkers in haar mandje zit. Ze is niet van plan om hem iets te geven. De koekjes zijn immers voor oma. Hoe tam de wolf hier ook lijkt, we weten dat hij oma gaat opeten en Roodkapje ook.
De teek,....dat is echt een wolf in een schaapskleren
Wolven eten ons niet op. Mocht je de natuur intrekken, wees dan niet bang voor wolven. Waar je wel bang voor mag zijn, zijn hele kleine beestjes genaamd 'teken'. Deze beestjes kunnen de ziekte van Lyme overbrengen. Als dit pas in een laat stadium wordt ontdekt, kan dat zeer vervelende gevolgen hebben, weet ik nu uit ervaring. De teek,....dat is echt een wolf in een schaapskleren.