Naar alle columns

Zee van weleer

Door Agnes Frijlink

Daar gaan ze, vier ruiters op weg naar de zee. Ze rijden de leegte tegemoet. Nou ja, helemaal leeg is het niet. Aan het begin van het strand zijn er wat mannen bezig met het verplaatsen van een strandhuisje. Komt de zomer eraan? En als je goed kijkt zie je een volwassene en twee kinderen bij de branding staan. Met ogenschijnlijke verfstreekjes van niks wordt de suggestie van personen opgewekt.

Het perspectief is raak gekozen. We kijken over de kont van de paarden met de ruiters mee naar waar ze naar toe gaan. Eigenlijk zijn het drie ruiters en een amazone. In deze tijd (het schilderij is uit 1876) reden vrouwen van goede komaf in de amazonezit. Dit hield in dat ze met beide benen aan een kant reden en dus niet hun benen om het lijf van het paard konden klemmen. Ik begrijp niet hoe ze hun evenwicht konden bewaren. Hoe gaat dat als het paard in galop gaat? Of galoppeerden amazones nooit? Het schijnt wel dat er speciale amazone-zadels bestonden, maar dan nog..

Morgenrit langs het strand - Anton Mauve
Morgenrit langs het strand — Anton Mauve

Het werk 'Morgenrit langs het strand', is van Anton Mauve (1838 – 1888). Ik werd op dit werk gewezen door een collega. Anton Mauve? Het is alsof hij overgeslagen is tijdens de kunstgeschiedenislessen, zo weinig zei zijn naam mij iets. En dat is best vreemd, want Mauve is bepaald geen onbekende. Hij is een van de grotere schilderes uit de Haagse School en daarbij, las ik, is hij ook nog eens een belangrijke leermeester van Van Gogh geweest.

Ik was meteen verkocht toen ik werk zag. Dat komt natuurlijk in eerste instantie door het onderwerp, de zee, maar vooral door hoe het is geschilderd en de keuzes in de compositie die de schilder heeft gemaakt. De collega zei dat zij het thuis metersgroot als behang in de slaapkamer hebben. Wauw, dacht ik, dan word je iedere ochtend blij wakker. Je wandelt zo achter de paarden aan het strand op. De lucht is nog niet stralend blauw, maar de zon is al sterk, kijk maar naar de schaduwen. Het wordt denk ik een warme dag. Zou het dan drukker worden? Misschien, een beetje.

Voor iemand die liefst ergens wandelt of fietst zonder iemand tegen te komen, is Nederland niet echt een ideaal land

In 1876 stond je nog niet uren in de file voor je de auto ergens op overvolle parkeerplaats kon parkeren om dan alsnog een pendelbus te moeten nemen om bij het strand te komen. Je had nog niet de zeeën van strandbedjes op het strand. Je hoefde nog niet, begeleid door schreeuwende kinderen en muziek uit diverse speakers, over de hoofden te lopen om bij het water te komen.

Voor iemand die de drukte mijdt en het liefst ergens wandelt of fietst zonder iemand tegen te komen, is Nederland niet echt een ideaal land. Als ik de satellietkaarten van het Nederland van 25 jaar geleden vergelijk met de kaarten van nu, raak ik wat somber. De natuur die over is, is deels beschermd en deels openbaar. En in dat openbare deel, kan op het mooie zondagen soms net zo druk zijn als in een dorpscentrum. Wandelaars, wandelaars met honden, hardlopers, wielrenners, mountainbikers, fietsers (en e-bikes), ruiters. En langs de Nederlandse kust is dat dus niet anders.

Hmmm. Laten we dan nog maar even kijken naar een ander mooi strandtafereel van weleer. 'Kinderen der zee' (1872), van Jozef Israëls, een andere grote naam uit de Haagse School.

Kinderen der zee 1872-Jozef Israëls
Kinderen der zee 1872 — Jozef Israëls

We zien hier op het eerste gezicht spelende kinderen aan zee. De oudste draagt de jongste. Ze kijken alle vier naar een bootje en het rechter meisje heeft een tak vast waarmee ze het bootje misschien wel stuurt. Maar we hebben hier niet met toeristen te maken, dit zijn visserskinderen. Ze dragen oude versleten kleren, het bootje is niet alleen hun enige armoedige speelgoed, het staat ook symbool voor het (toekomstige) zware vissersleven. Israëls werkte vaker met dit thema.

Wegdromen mag, het liefst bij zo'n zee-tafereel

Ja, dat is de andere kant van het verhaal. We leven met volle agenda's, we hebben het drukker en we beleven het leven sneller dan ooit. We zijn welvarend, maar we zijn geen vissers meer.

Mijn romantische verlangen naar de rust en leegte van toen, schuift de ontberingen, de armoe en de ziekten uit die tijd onder het tapijt. Ik weet het. Maar toch, wegdromen mag. Het liefst bij zo'n zee-tafereel, zo groot mogelijk. Als het kan zelfs als behang.