Naar alle columns

Gevleugelde vrienden (deel 2)

Door Agnes Frijlink

Ik heb een gevleugelde vriend. Nou ja, ik had al gevleugelde vrienden, maar die zijn eigenlijk meer vrienden van elkaar dan dat ze dat met mij zijn. Mijn 'nieuwe' gevleugelde vriend ziet mij overigens niet zozeer als vriend, maar eerder als zijn moeder en dat is niet zo raar, want ruim een maand lang de heb ik de taak van zijn moeder op mij genomen. Ik heb een babyduif grootgebracht, wauw! Het rare kuiken is een grote duif nu, bijna volwassen, maar nog niet helemaal. Maar wat als hij helemaal volwassen is? Gaat hij weg, of is het 'nestblijver'? Blijft mijn gevleugelde vriend of gaat hij de wijde grote wereld in?

Schoffie, want zo noemen we hem, zit het liefst op mijn schouder, of als het tegen zit, op mijn hoofd. Dat is niet altijd handig, maar stiekem vind ik dat wel leuk. Schoffie is een hij, denken wij, maar we weten het niet zeker. Duiven, hebben zoals de meeste vogels, geen uitwendige geslachtsorganen, maar afgaande op zijn krop, zou het een mannetje kunnen zijn.

Afgelopen week zijn we met de vlieglessen buiten begonnen. Dat vond ik eerst een beetje eng, want waar gaat hij heen, wordt hij niet gegrepen door een kat of auto? Maar alles gaat in kleine stapjes. Schoffie is een soort boomerang: hij vliegt kleine stukjes en landt vervolgens op mijn schouder (of hoofd). Die stukjes worden iedere dag groter, vandaag vloog meneer al een heel huizenblok om alvorens hij weer nestelde in mijn haar.

Schoffie
Schoffie

Gevleugelde vrienden, ze zijn van alle tijden. In de vorige column schreef ik over Odin en zijn twee raven die aan het eind van iedere dag op zijn schouder gingen zitten om hem alle nieuwtjes uit alle werelden te vertellen. Maar duiven zijn geen roddelende raven. Nee, duiven fluisteren mysterieuze en religieuze boodschappen in je oor. Of ze brengen je een tak om je duidelijk te maken dat er land in zicht is.

Duiven fluisteren mysterieuze en religieuze boodschappen in je oor

Duiven zijn speciale boodschappers in het Christendom; ook staan ze symbool voor de Heilige Geest. Paus Gregorius de Grote (540 – 604), de paus die het katholicisme naar Engeland bracht, blijkt de schepper te zijn van het gregoriaanse repertoire. Het gregoriaans is een religieuze zang, een soort 'kerkmuziek' die een vast onderdeel is van de kerkelijke liturgie en die wordt gekenmerkt door éénstemmigheid (zonder begeleiding).

Het gregoriaans is dus naar Paus Gregorius de Grote vernoemd. Maar, volgens de legende heeft hij het niet zelf bedacht. Een duif zou Gregorius de gezangen in het oor gefluisterd hebben, waarna hij ze zingend dicteerde aan een achter een scherm gezeten schrijver. Deze schrijver werd op een gegeven moment nieuwsgierig en nam een kijkje aan de andere kant van het scherm. Daar zag hij op de schouder van Gregorius de duif zitten. Aha!

Duiven die in je oor fluisteren; ja dat herken ik wel; al knabbelt Schoffie meer dan hij spreekt.

Gregorius de Grote met Duif
Gregorius de Grote met Duif

Er zijn vele afbeeldingen te vinden, ontdekte ik, van deze Paus met duif. Sterker nog, er zijn eigenlijk geen schilderijen, tekeningen, mozaïeken en beelden van Paus Gregorius te vinden zonder duif. Ik heb één werk uitgekozen om hier te tonen, het is een prent, vermoedelijk uit een boek. Ik kan geen maker achterhalen of jaartal van het boek. Het lijkt mij een prent uit de middeleeuwen gezien het wonderlijke foutieve gebruik van perspectief. We zien de spiedende schrijver met zijn lei in de hand, we zien de duif zitten op de schouder van Gregorius met zijn snavel dicht bij zijn oor. We zien Gregorius luisteren. Mooi is dat hè. Hoe beeld je iemand af die luistert? Nou zo! Met ogen naar de linker of rechter hoek naar het plafond gericht. De blik van iemand die naar niets kijkt, omdat hij iets heel bijzonders hoort.

Een gevleugelde vriend die mij spreekwoordelijke vleugels geeft

En dan Schoffie, ach Schoffie. De Heilige Geest is mijn duif dan wel niet, een grote inspiratiebron is hij wel. En wellicht ben ik nu nog teveel een bezorgde moeder om een vriend voor mijn gevleugelde te zijn, ik hoop op een lange, hele lange vriendschap. Een gevleugelde vriend die mij spreekwoordelijke vleugels geeft; niet voor gezangen, maar voor nieuwe schilderijen en schrijverijen.

Deze column is alvast dankzij hem!