Naar alle columns

Van de Corona-ark

Door Agnes Frijlink

Een dag of drie voordat ons land in de slimme lockdown ging, zei ik – al fietsend langs een nieuw verrezen nieuwbouwwijk – tegen mijn betere helft: 'Alles raast en bouwt maar door, steeds sneller, steeds voller, steeds drukker en alles moet wijken voor de mens. Waar razen we op af?'
Van hollen naar stilstand. Half maart 2020 ging de wereld ineens op de rem (behalve de wereld van de zorgmedewerkers dan). Een beetje zoals de zondvloed, het virus zette alles onder water en we zitten ineens op een grote ark los gedreven van ons normale bestaan.

Wat mijn leven betreft: het afgelopen jaar was in tegenstelling tot de voorgaande jaren behoorlijk druk geweest. Een vreemde ervaring, van een volle agenda naar een helemaal lege. Ik denk dat ik niet de enige was die dat in zekere zin ook als prettig heeft ervaren. Vreemd, maar prettig. En wat een schitterende lentedagen beleefden we met strakke blauwe luchten zoals ik ze nog nooit heb gezien. Een hemel zonder vliegtuigstrepen; het licht leek zo anders. Was/is het ook anders? De eerste weken was het zo rustig op straat dat ik mij soms voorstelde in een dorp te wonen in plaats van in de stad. Het zou een paradijselijke ervaring geweest zijn, als niet iedere dag de IC-cijfers op het nieuws verschenen, naast al het andere Corona-leed.

Ark van Noach - Chagall
Ark van Noach — Marc Chagall

De vraag is of de rem voor voldoende bezinning gezorgd heeft op wereldniveau. Gaan we straks op de oude voet verder of gaan er dingen structureel veranderen? Ik maak mij geen illusies, maar hopen mag altijd. Laat ik de kwestie dierenwelzijn nemen; het is een beetje de hete aardappel die niemand vast wil pakken, maar ik wil het er toch even over hebben.

De levende-dierenmarkten in Wuhan doen menig westerling gruwen. Maar kom op, neem eens een kijkje in onze eigen varkens- en kippenschuren. Het gruwelijke leven dat deze dieren wordt aangedaan, massaal! Ieder varken is een individu, iedere kip heeft een eigen karakter; kijk eens in hun ogen, je hebt te maken met een levend wezen, niet anders dan je kat of hond. We hebben ze tot een (industrieel) product gemaakt.

Ik weet niet of dat de bedoeling was toen er van elk dier twee – een mannetje en een vrouwtje - op de ark ondergebracht werden. De ark? Ja, de ark van Noach. Het verhaal in de bijbel dat ons vertelt over de zondvloed. De reden van de zondvloed was dat God zoveel zondige en eigenwijze en slechte mensen zag die zo slecht met de wereld omgingen, dat hij zogezegd een grote schoonmaak hield. De hele wereld kwam onder water te staan. Aan Noach gaf hij de opdracht een grote ark te bouwen en daarop van elk dier twee te herbergen. Als het water zakt stuurt Noach iedere dag een duif op pad in de hoop dat die met een takje terugkomt. Dat zou betekenen dat er weer land is om aan te meren.

Als onze Corona-ark weer ergens aanmeert, wat gaan wij dan doen?

Hoewel ik nooit liefhebber van het werk van Marc Chagall (1887 – 1985) was, begin ik zijn werk toch steeds meer te waarderen, of beter te begrijpen wellicht. Zijn werk 'Noach laat de duif gaan' uit 1931 is zo'n werk dat mij sterk weet te beroeren. Vreemd dat de redenen waarom ik dit werk zo mooi vind precies dezelfde zijn als waarom ik geen liefhebber was. Dat onhandige, dat platte, die droge dorstige verf, die kinderlijke lijnen, die rare vlakken en evenwicht zoekende compositie; prachtig. De hand van Noach raakt de duif nog, maar hij heeft hem niet meer vast. De duif, die eigenlijk niet meer is dan wat witte verf in een bepaalde vorm, slaat niet eens de vleugels uit, maar toch geloven we dat ze gaat vliegen. Het lichte vlak waar de duif tegen geverfd is, is het open raam waar ze door moet. Een kip en een geit kijken nieuwsgierig toe, alsof ook zij ontzettend benieuwd zijn of ze ditmaal met een takje terugkomt. Ja, zij willen ook wel eens van dat schip af, de buitenlucht in, natuurlijk. Grazen en rondscharrelen. Nog onwetend van de legbatterijen waar hun nakomelingen hun leven slijten, van geen daglicht wetend.

Op een dag komt de duif terug met een takje, het is feest, er is land, het leven begint aan een herstart. Als onze Corona-ark weer ergens aanmeert, wat gaan wij dan doen?

Noach laat de duif gaan
Noach laat de duif gaan — Marc Chagall

Die bio-industrie blijft alleen maar bestaan omdat wij mensen te gemakzuchtig zijn om minder vlees te eten en er ook nog eens niets voor willen betalen. Dat geven we liever uit aan een groot flat screen. Er is veel te veel vlees. De supermarkten liggen vol. Wat niet tijdig verkocht wordt, wordt weggegooid. Maar het moet toch mogelijk zijn om het welzijn van de dieren en het inkomen van de boeren te vergroten? Minder dieren, minder vlees, meer betalen. Pas als we dat voor elkaar krijgen, kunnen we afkeurend naar de dierenmarkten van Wuhan wijzen. Maar beter is het om helemaal niet te wijzen en deze tijd te gebruiken om te bedenken waar en wat wij zelf kunnen doen om de wereld een beetje mooier te maken als we van de ark afkomen.