het gekwetter op de snelweg ontwaakt in de zon mijn vel zit lekker in mijn hoofd als het zonlicht verdoofd in de achteruitkijkspiegel van een leven te veel woorden te weinig
op mijn eigen rails loopt mijn trein raast hij het lekkerst een leven te kort om fouten te maken om krom te trekken wat recht lijkt geijkt in jouw hoofd gerijpt in mijn straatje het gaatje gedicht met de lente in zicht