Caroline Westerhout - stukje proza van mij, oftewel, kleine verhaaltjes..
stukje proza van mij, oftewel, kleine verhaaltjes.. - Caroline Westerhout

Foto: the kiss

 

Vanaf de hemel in bloei

 

Liggend op het gras staar ik naar de grens van de hemel. Daar waar het hoge gras verdwijnt in een helderblauwe lucht, terwijl de zon mijn lichaam verwarmt.
Ik hoor niks anders dan het suizen van de hoge bomen in de verte en soms het geluid van een verdwaalde eend. En ik geniet volop van de natuur. Van de rust. Totdat ik opkijk.
Ik zie een mier over mijn been kruipen en veeg hem er in één beweging vanaf. Rotbeesten denk ik en wil mij weer omdraaien als mijn ogen verrast opkijken,
Met mijn mond halfopen kijk in naar de lucht terwijl zij landt. Een prachtige engel met lange, golvende blonde haren en twinkelende oogjes. En plots staat ze op de zachte grond, naast me, met haar blote voeten in het hoge, wuivende gras en laat ze haar vleugels in het gras vallen voordat ze naast me gaat zitten. Ze zucht even en kijkt naar de hemel terwijl ze dat doet. Snel daarna vangt ze mijn blik en kust ze mij met haar glimlach, voordat er ook maar één woord over haar lippen is gekomen. Ze likt haar lippen, verleidelijk als ze oogt, terwijl ze mijn hand vastpakt. Even denk ik dat ze een zoen op de rug van mijn hand zal gaan plaatsen maar ze heeft het op mijn vingers gemunt. Blijkbaar. Ze neemt mijn middelste vinger in haar mond en ik voel mijn dijen samentrekken als ik haar tong over mijn vingertoppen voel bewegen en daarbij de bijzondere blik in haar ogen zie.
Geschrokken sluit ik mijn mond om hem daarna weer nuchter te openen.
“Wat doe je”, vraag ik, maar haar ogen verraden het antwoord al. Het antwoord wat haar lippen niet loslaten. In plaats daarvan laat ze mijn vingers los en zegt ze, “wat is het hier toch heerlijk hè,” en laat in één beweging de witte jurk van haar lichaam glijden.
Ik voel mijn mond droog worden en vraag mij af wat het idee is van deze vreemde ontmoeting. Want vreemd is het. Heerlijk, bijzonder en zeer gewenst maar vreemd.
Elke oogopslag die ik van haar krijg klinkt als een uitnodiging, en elke streling van haar voedt mijn fantasie, maar ik zeg niks. Ik kijk enkel naar haar. Naar haar dwarrelende haren en haar fraaie blote schouders. Naar haar lange slanke benen en haar perfecte navel die mij open en bloot aan ligt te staren.
Ook haar stralende lach en bijzonder sexy decolleté laten mijn ogen niet los. Ze houden al mijn aandacht vast. Mijn handen blijken minder sterk dan mijn gedachten want ze zitten zomaar ongevraagd aan haar lichaam. Ze glijden over haar blote rug en langs haar nek. Onder haar lange haren door, kriebelen ze, totdat ze bij haar borsten eindigen. Haar tepels strelen de warme buitenlucht en ik kan mezelf nauwelijks tot totaal niet bedwingen en stort mij op haar. Ik druk mijn lichaam tegen de hare, vlei mij neer over haar licht, en enigszins verbaasd dat zij dit alles toelaat, kus ik haar mooi gevormde lippen en laat ik mijn handen langs de binnenkant van haar dijbenen glijden. Haar tong zoent mijn lippen en ze sluit haar nagels om mijn nek. Zwijgend neemt haar lach mij mee, naar beneden. Naar de aarde. Daar waar zij ligt.
Wat een prachtvrouw. Ik kan mijn ogen nog altijd niet geloven en mijn handen nog altijd niet bedwingen maar ik krijg ook niet het gevoel dat het de bedoeling is van haar bezoekje op aard.
Maar over het waarom van haar bezoekje wil ik niet eens nadenken . Ik wil er enkel van genieten en ik beweeg. Met versteende ogen beweeg ik mijn vingers en laat ik mij meevoeren met haar gedachten die stralend naar het nergens kijken. Ik word er totaal opgewonden van. Totdat ze opstaat en abrupt haar vleugels omslaat. Haar voet drapeert ze om haar jurk en even denk ik dat ze mij verlaten gaat, omdat ze begint te schokken en te trillen. Omdat haar ogen flikkeren en haar lippen beven. Even, net voordat ze mijn handen weer vastpakt. En mij in haar ranke vingers meeneemt. Het heelal in. Waar ze mij die helderblauwe wolken laat ademen die mij, al die tijd al van zo ver aanstaarden. Ik voel mij heerlijk in die frisse lucht. Dichterbij de zon dan ik ooit komen zal. Dichterbij een hemel die mij als aardse, vreemd leek. Ik wil niet vragen waar ze mij mee naartoe gaat nemen. Ik wil niet weten wat we gaan doen of wie ik daar nog zal ontmoeten. Ik wil niet eens weten hoelang ik er zal blijven. Ik sluit mijn ogen en laat mij meevoeren in de wind. En ik voel de zon op mijn rug stralen.